Ondernemersklankbord

Aanvragen eigen faillissement rechtspersoon

Er kan een moment komen dat het voor een ondernemer beter is te stoppen met zijn bedrijf. Als dat een rechtspersoon is (meestal een B.V., maar stichtingen, coöperaties en verenigingen zijn ook rechtspersonen) wordt vaak geadviseerd om het eigen faillissement aan te vragen. Op welke wijze dat kan worden gedaan, is te vinden op de website rechtspraak.nl onder het onderwerp faillissement.
Er moet dan onderscheid maken tussen de situatie dat 1) de rechtspersoon géén baten meer heeft en 2) de situatie dat de rechtspersoon nog wel baten heeft.

1. Rechtspersoon heeft geen baten: turboliquidatie
Bij het aanvragen van het eigen faillissement van een rechtspersoon waarvan de boedel (nagenoeg) geen baten bevat en baten ook niet te verkrijgen of anderszins te verwachten zijn, kan de curator zich met succes tegen zijn aanstelling verzetten omdat zijn salaris dan niet uit de boedel zal kunnen worden betaald. Dit blijkt uit een arrest van de Hoge Raad van 18 december 2015. In een dergelijk geval is de Hoge Raad van mening dat een eigen faillissementsaanvraag beschouwd kan worden als misbruik van die bevoegdheid. Volgens de Hoge Raad dient dan de weg van art. 2:19 BW bewandeld te worden. Daarmee bedoelt de Hoge Raad lid 4 van art. 2:19 BW. Indien de rechtspersoon op het tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, houdt hij alsdan op te bestaan. In dat geval doet het bestuur daarvan, na een aandeelhoudersbesluit tot ontbinding te hebben genomen, opgaaf aan de Kamer van Koophandel (met een 17a formulier). Dit wordt een ‘turboliquidatie’ genoemd. Bij het op eigen initiatief willen beëindigen van een rechtspersoon met een lege boedel is de turboliquidatie dus de (door de Hoge Raad) aangewezen weg. Dit geldt niet als het faillissement door een derde wordt aangevraagd. Dan kan de curator zich niet met succes tegen zijn aanstelling verzetten.

2. Rechtspersoon heeft baten: faillissement
Indien de boedel wel (voldoende) baten bevat, blijft het aanvragen van eigen faillissement natuurlijk wel mogelijk. De curator kan zich in dat geval niet verzetten tegen zijn aanstelling. Van belang is dan dat de bestuurder zijn zaken goed op orde heeft om mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen. Hierbij zijn (onder meer) de volgende aandachtspunten van belang:

  • de rechtspersoon dient de afgelopen drie jaren haar jaarrekening uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar bij het handelsregister te hebben gedeponeerd;
  • de rechtspersoon moet aan haar boekhoudplicht hebben voldaan zodanig dat de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon te allen tijde kunnen worden gekend.

Bij gebreke van voldoen aan een (of beide) van die verplichtingen staat vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat die onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement waardoor iedere bestuurder, behoudens tegenbewijs, jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk is voor het faillissementstekort.
Verder zijn ook de volgende punten van belang:

  • het door een onderneming blijven aangaan van verplichtingen terwijl het bestuur weet dat het faillissement eigenlijk onafwendbaar is.
  • selectieve betaling van schuldeisers van een onderneming waardoor andere schuldeisers niet kunnen worden betaald;
  • tijdige melding van betalingsonmacht bij de Belastingdienst.

Dergelijk handelen of nalaten kan ook leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. In zo’n geval kan het aanvragen van het eigen faillissement tot (grote) problemen in privé leiden voor het betrokken bestuur. Misschien is er een andere oplossing, zoals wellicht een akkoord met de schuldeisers.